Beginnen met Fedora Linux

Gebruikersnaam en wachtwoord

De persoon die je computer opgezet heeft, dient je een toegangscode te geven. Die code bestaat uit een naam waaraan de computer je kan herkennen, en een bijhorend wachtwoord. Samen werken die naam en dat wachtwoord als een sleutel op je computer, zodat niet eender wie ermee kan werken.

Omwille van de privacy, het gemak en de veiligheid heeft elke gebruiker van een computer een verschillende naam en wachtwoord. Het is geen goed idee de naam en het wachtwoord van iemand anders te gebruiken, al was het maar om de ruzies die daaruit kunnen voortvloeien te vermijden. Uiteraard kan elk lid van het gezin of van een vereniging of bedrijf een verschillende naam hebben op dezelfde computer; het is niet nodig voor elke persoon een apparte computer te hebben - hoewel dat bij frequent gebruik natuurlijk wel handig is.

In dit boek is de ifictieve gebruiker een grootmoeder, en haar naam op de computer, of gebruikersnaam, is oma.

Bij het aanmaken van de toegang op de computer hoort ook het instellen van het wachtwoord. Kies een wachtwoord dat aan volgende regels voldoet:

  • Minimaal 6 tekens lang

  • Een mengeling van cijfers en letters en speciale tekens zoals .,/?:;!@#$%&*() enzovoort.

  • Geen opeenvolging: 123abc is echt niet moeilijk genoeg als wachtwoord.

  • Geen herhaling: 111aaa is ook niet goed.

  • Geen persoonlijke gegevens: je geboortejaar, de naam van je partner, kat of goudvis, je nummerplaat, dezelfde code als voor je bankrekening: allemaal niet goed.

Een goed wachtwoord kan je eigenlijk best met een willekeurige methode samenstellen: gooi met dobbelstenen, trek een kaart, speel darts op je toetsenbord, enzoverder.

[Note]Wie beheert mijn computer?

Verschillende mensen kunnen, al dan niet gelijktijdig, met je computer werken. Een persoon wordt aangewezen als beheerder. Deze "baas van het systeem" heeft een speciale gebruikersnaam: root. Deze administratieve gebruiker heeft speciale privileges, die hem of haar in staat stellen systeeminstellingen aan te passen. Meestal heeft enkel de persoon die de computer opgezet heeft toegang tot de privileges die met het root account verbonden zijn. Deze persoon behoort onpartijdig en discreet te zijn.

Als je zelf het systeem installeert, heb je dus deze rechten automatisch. Toch is het nodig ook een gebruikersnaam zonder speciale voorrechten aan te maken en je daarmee aan te melden bij het systeem. De privileges die toegekend worden aan het root account stellen de beheerder in staat elke configuratie te veranderen, veelal zonder voorafgaande waarschuwing. Omdat je als onervaren gebruiker zo veel kans loopt foute of desastreuze instellingen te maken, raden we ten stelligste aan om met een gebruikersnaam zonder speciale rechten te verbinden met het systeem.

Taalinstellingen

Dit boek handelt over de Nederlandse versie van Fedora Linux, het besturingssysteem, en Gnome, de grafische omgeving waarin je werkt. Om de juiste taalinstelling te activeren, hebben we in het aanmeldingsscherm de taalkeuze gemaakt. Om het keuzescherm op te roepen, selecteer je links onderaan Language of Taal, waarop een venster verschijnt waarin je “Dutch Nederlands” kan aanduiden door met de muiscursor ter hoogte van deze regel te gaan staan en daar 1 keer de linkermuistoets te klikken:

Figuur 1.6. De taal kiezen

De taal kiezen

Daarna klik je op de OK knop onderaan in datzelfde venster. Daarop verschijnt de volgende melding:

Figuur 1.7. Taalkeuze bevestigen

Taalkeuze bevestigen

Deze stap hoef je in principe enkel uit te voeren bij de eerste keer dat je met een bepaalde computer werkt. Je taalinstellingen worden opgeslagen en de volgende keer weet de computer automatisch wat je wilt.

Het kan zijn dat standaard-instellingen van je systeem niet in het Nederlands zijn. Dan kan je tijdens de aanmeldingsprocedure de vraag krijgen of jij voor jezelf altijd de Nederlandse instellingen wilt hebben. Deze vraag beantwoord je bevestigend door op OK te klikken:

Het inloggen

Gebruikersnaam opgeven

De gebruikersnaam, die je gekregen hebt of voor jezelf hebt aangemaakt bij de installatie, geef je nu in:

Figuur 1.8. Gebruikersnaam ingeven

Gebruikersnaam ingeven

Druk op Enter op het toetsenbord om naar het volgende scherm te gaan.

[Note]Verschillende namen

Een gebruikersnaam wordt ook wel eens loginnaam of kortweg login genoemd. Van het Engels hebben we het veelgebruikte username.

Wachtwoord opgeven

Geef hier je wachtwoord in. Let erop dat de CapsLock-toets (om hoofdletters te drukken) en de NumLock-toets (om het numeriek klavier te gebruiken) in hun juiste positie staan op het toetsenbord, zowel tijdens het opgeven van het wachtwoord als van de gebruikersnaam. Je moet ze identiek ingeven zoals je ze gekregen of aangemaakt hebt, en hoofd- en kleine letters respecteren:

Figuur 1.9. Wachtwoord opgeven

Wachtwoord opgeven

Druk op de Enter knop op je toetsenbord om verder te gaan.

Je wachtwoord is niet te zien tijdens het ingeven: het wordt verborgen door sterretjes. Enkel jij hoeft je wachtwoord te kennen, geef het aan niemand anders door.

Als je opnieuw het scherm ziet waar je gebruikersnaam gevraagd wordt, betekent dat dat je een fout hebt gemaakt bij het opgeven van je gebruikersnaam en/of bij het ingeven van het wachtwoord. In dat geval zit er niets anders op dan opnieuw te proberen. Hieronder zie je zo'n foutmelding:

Figuur 1.10. Foute gebruikersnaam en/of fout wachtwoord

Foute gebruikersnaam en/of fout wachtwoord

Als oefening meld je je aan. Probeer ook eens opzettelijk een fout wachtwoord of een onbestaande gebruikersnaam op te geven, zodat je ziet wat er dan gebeurt.

Het opstarten van de gebruikersomgeving

Als alles goed verloopt, zie je na het opgeven van gebruikersnaam en wachtwoord een voortgangsindicator die aangeeft welke componenten van de grafische omgeving opgestart worden. Dit kan enkele momenten duren. Als het venster in het midden verdwijnt, ben je klaar om te beginnen werken:

Figuur 1.11. Opstarten van de grafische omgeving

Opstarten van de grafische omgeving

Wat staat er op mijn scherm?

Hier zie je het standaard bureaublad zoals het met Fedora Linux geleverd wordt:

Figuur 1.12. De Gnome desktop

De Gnome desktop

Midden: het bureaublad

Het bureaublad heeft linksboven drie ikonen:

  • Je persoonlijke map: klik er twee keer op met de linkermuistoets om een overzicht te krijgen van je eigen documenten. We bespreken dit venster voor bestandsbeheer in Hoofdstuk 5, Bestanden beheren.

  • De prullenbak: bestanden die je van je systeem wilt verwijderen, kan je selecteren en door de linkermuisknop ingedrukt te houden, op dit icoon slepen en zo weggooien. We behandelen de prullenbak verder in de paragraaf “Bestanden verwijderen”.

  • Begin hier: dubbelklik dit icoon met de linkermuisknop om toegang te krijgen tot verschillende programma's om aanpassingen te maken aan het systeem, programma's op te starten en aanpassingen te maken aan je eigen instellingen voor het werken met de computer. De meeste van deze programma's kan je ook oproepen via het hierna besproken hoofdmenu.

Onderaan: menu- en statusbalk

De statusbalk bevat van links naar rechts de volgende onderdelen:

  • Het hoofdmenu, voorgesteld door een rode hoed (Red Hat, Engels voor rode hoed, naar de naam van het besturingssysteem waarop Fedora gebaseerd is). 1 Keer drukken met de linkermuisknop om te openen.

  • Een wereldbol: 1 keer drukken met de linkermuisknop om de web browser te starten, waarmee je Internet sites kan bekijken.

  • Een envelope met een postzegel: 1 keer drukken met de linkermuisknop om het Evolution programma op te starten voor het behandelen van electronische post of E-mail.

  • Een pen en een paar blaadjes papier: 1 keer drukken met de linkermuisknop om de OpenOffice tekstverwerker op te starten.

  • Een grafiek en een scherm: 1 keer drukken met de linkermuisknop om het OpenOffice programma voor presentaties te starten.

  • Enkele grafieken: 1 keer drukken met de linkermuisknop om het OpenOffice rekenblad- of spreadsheetprogramma te starten.

  • Een printer: 1 keer klikken met de linkermuisknop om de PrintManager te starten.

  • Vier rechthoeken, waarvan 1 gemarkeerd in een andere kleur: de werkbladwisselaar. Elke rechthoek stelt een virtueel bureaublad voor, het is alsof er vier beeldschermen verbonden zijn met je computer. Elke rechthoek is zo'n beeldscherm. Klik erop om dat scherm te zien. In het begin zien ze er allemaal hetzelfde uit, maar zodra je programma's opstart, zie je het verschil. De virtuele schermen stellen drukke gebruikers in staat hun programma's te rangschikken. Om het overzicht niet te verliezen, kan je bijvoorbeeld op het ene scherm alle Internet programma's opstarten, op het andere brieven tikken en op nog een ander een foto bewerken.

  • Per programma dat je opstart, verschijnt in de vrije ruimte een rechthoekje, zodat je een overzicht hebt van alle programma's die op een gegeven moment draaien.

  • Daarna: een luidspreker: als je hier 1 keer op klikt met de linkermuistoets, verschijnt er een schuifknopje om de luidssterkte in te stellen.

  • Een rond blauw of rood icoon: duidt aan of er aanpassingen aan het systeem via Internet beschikbaar zijn.

  • Een datum- en tijdsaanduiding: 1 keer drukken met de linkermuisknop om een kalender te zien.

De muiscursor

Initieel heeft de muiscursor de vorm van een pijl, die mee beweegt over het bureaublad wanneer je de muis beweegt over de muismat. We zullen later de andere verschijningsvormen van de muiscursor beschrijven.

Een programma opstarten

Het gebruik van de muis

De meeste programma's die we bespreken in dit boek worden opgestart door ze met de muiscursor te selecteren uit een menu. Beweeg de cursor naar de linkerbenedenhoek van het scherm door de muis naast het toetsenbord te verschuiven. Wij gaan voornamelijk de linkermuisknop gebruiken om menu's te tonen en zaken eruit te kiezen. Indien er een andere knop dan de linkse gebruikt dient te worden, of indien er meer dan 1 keer geklikt moet worden, zullen we dat uitdrukkelijk vermelden.

Het selecteren uit een menu

De meeste programma's kunnen opgestart worden vanuit het hoofdmenu. Om dit te tonen, klik je 1 keer op de rode hoed linksonder. Daarna beweeg je de muis totdat de cursor op het gewenste item staat. Het actieve menu-onderdeel is in het blauw aangeduid. In het voorbeeld gaan we tot helemaal boven aan Accessoires. Bij elk menu-onderdeel gevolg door een groter-dan teken (>) is er een submenu dat extra keuzes biedt. In het Accessoires submenu starten we nu de rekenmachine: beweeg de muiscursor naar het gewenste onderdeel zodat dit een blauwe achtergrond krijgt, en klik dan eenmaal met de linkermuisknop.

Doorheen de tekst zullen we een dergelijke selectie als volgt voorstellen:

Accessoires->Rekenmachine

Onderstaande beelden verduidelijken de verschillende stappen:

Figuur 1.13. Het hoofdmenu activeren

Het hoofdmenu activeren

Figuur 1.14. Een onderdeel uit een submenu selecteren

Een onderdeel uit een submenu selecteren

Figuur 1.15. Rekenmachine

Rekenmachine

Maak als oefening volgende sommen met de rekenmachine:

  1. 45 maal 11

  2. dit resultaat delen door 5

  3. dit getal in het kwadraat

[Note]Helpvensters

De meeste knoppen en woorden waarop je kan klikken, kunnen informatie geven over wat er zal gebeuren wanneer je erop klikt. Om deze informatie te zien, houd je de muiscursor ongeveer een seconde stil op een bepaalde selectie. Hierop toont het systeem automatisch in een geel venster wat er zal gebeuren indien je hier klikt.

Het actieve venster

Je computer kan verschillende taken gelijktijdig uitvoeren. Je kan meerdere items uit het menu opstarten, en zelfs het zelfde programma kan meermaals gestart worden. Met de standaard-instellingen heeft het actieve venster een blauwe titelbalk. De vensters die op dat moment geen invoer kunnen ontvangen van muis of toetsenbord hebben een grijze bovenrand. Klik op de balk van het venster dat je wilt activeren, of selecteer het onderaan uit de statusbalk zodat het op de voorgrond komt.

Knoppen aan vensters

Elk venster heeft gewoonlijk links in de balk bovenaan een V-knopje. Klik hierop om het venster te:

  • Minimaliseren: het verdwijnt in de taakbalk van het bureaublad onderaan. Het programma dat in dit venster draait, stopt hierdoor niet. Het venster wordt enkel uit de weg gezet. Klik in de taakbalk van het bureaublad op de knop van het venster dat je weer in beeld wilt brengen.

  • Maximaliseren: het venster het gehele scherm laten innemen. Dit gaat niet met alle vensters. Druk op de V linksboven in het gemaximaliseerde venster en kies Unmaximize om het venster weer naar zijn originele afmetingen te brengen.

  • Op te rollen: het venster wordt enkel nog weergegeven door zijn titelbalk. Druk op de V en selecteer Unroll om het venster weer te tonen zoals het was.

  • Bewegen: Laat toe om het venster te bewegen zonder de balk te selecteren en zonder de muistoets ingedrukt te houden tijdens het verplaatsen. Beweeg de muis om het venster te plaatsen waar je wilt, klik dan eenmaal met de linkermuisknop.

  • Vergroten of verkleinen: gebruik de pijltjestoetsen op het venster hoger, lager, breder of smaller te maken.

  • Sluiten: dit kan ook door rechtsboven in de balk van het venster de uiterst rechtse knop te klikken.

  • Verplaatsen naar een ander werkblad of op alle werkbladen zetten: je hebt standaard nog drie extra schermen die je kan volzetten met vensters. Klik onderaan het bureaublad in de taakbalk in de werkbladwisselaar het vierkant aan dat het scherm voorstelt dat je wilt bekijken.

Afmelden

Wanneer je klaar bent, meld je je best af zodat anderen de computer kunnen gebruiken. Ook als je de enige gebruiker bent van de computer is het best af te melden of uit te loggen zodra je klaar bent, zodat toevallige passanten, schoonmaakpersoneel of andere kwaadwillenden niet bij jouw gegevens kunnen komen.

Om je af te melden, klik je een keer met de linker muisknop op de rode hoed om het hoofdmenu te openen. Daarin selecteer je Afmelden:

Figuur 1.16. Afmelden

Afmelden

Daarna dien je deze actie te bevestigen door Afmelden te selecteren in het menu en OK te klikken:

Figuur 1.17. Afmelden bevestigen

Afmelden bevestigen
[Note]Uitschakelen van de computer, tweede manier

Selecteer in bovenstaand venster Uitschakelen om af te melden en daarna de computer af te zetten.