Hoofdstuk 6. Kantoorapplicaties

Inhoudsopgave

De printer configureren
De printer instellen in OpenOffice

Samenvatting

Dit hoofdstuk behandelt de programma's die je nodig hebt voor kantoorgebruik. We demonstreren volgende zaken:

  • Hoe schrijf ik een brief?

  • Hoe druk ik een bestand af?

  • Hoe sluit ik de printer aan?

De printer configureren

Klik het printer icoon in de taakbalk van het bureaublad, of selecteer Systeemgereedschap->Print Manager uit het hoofdmenu. De print manager start op. Als er nog geen printers bekend zijn op je computer, krijg je de volgende melding:

Figuur 6.1. Geen printers gevonden

Geen printers gevonden

Druk OK om verder te gaan. Printers instellen is een taak voor de systeembeheerder, dus moet je het root wachtwoord kennen. Druk OK als je het opgegeven hebt.

Figuur 6.2. Root wachtwoord

Root wachtwoord

Je krijgt het hoofdvenster van de print manager te zien. Als er nog geen printers ingesteld zijn, is het witte invoerveld leeg.

Figuur 6.3. Print Manager

Print Manager

Klik op de knop Nieuw om een printer in te stellen.

Een wizard programma start, dat je door de configuratie zal leiden.

Figuur 6.4. Nieuwe wachtrij toevoegen

Nieuwe wachtrij toevoegen

Druk Vooruit om naar het volgende scherm te gaan.

Hier dien je een naam voor je printer te bedenken, en eventueel een beschrijving. Beschrijvingen zijn handig als je meerdere printers hebt.

Figuur 6.5. Printernaam

Printernaam

Deze printer heet gewoon “printer”, zoals voorgesteld door het programma.

Klik Vooruit om verder te gaan.

In het volgende venster dien je het wachtrijtype op te geven. Er zijn twee mogelijkheden die vaak voorkomen: de netwerkprinter en de lokale printer. Je kan beide soorten makkelijk onderscheiden:

  • Netwerkprinter: hangt niet rechtstreeks aan je computer, staat misschien zelfs niet eens in dezelfde kamer.

  • Lokale printer: er gaat een tamelijk dikke kabel van de printer rechtstreeks naar je computer. Door de korte lengte van de kabel staat de printer gewoonlijk niet ver van de computer vandaan.

Lees in geval van twijfel de handleiding van je printer, daarin vindt je wat voor een type jij hebt.

Hieronder zie je de configuratie van een netwerkprinter: gebruik het Internet Printing Protocol (IPP), geef de naam van de printserver op en de naam van de wachtrij op die server.

Figuur 6.6. Netwerkprinter

Netwerkprinter

Thuisgebruikers hebben vaak een printer die direct op de computer aangesloten is. In dat geval maak je onderstaande configuratie: kies als wachtrijtype “Lokaal verbonden” uit het menu. Klik ook het printer device, /dev/lp0 aan, zodat het blauw gemarkeerd is.

Figuur 6.7. Lokale printer aanmaken

Lokale printer aanmaken

De verdere procedure is hetzelfde voor het aanmaken van zowel lokale als netwerkprinters.

Klik Vooruit om verder te gaan.

Nu dien je het merk en type van je printer te selecteren uit de lijst.

Figuur 6.8. Printertype selecteren

Printertype selecteren

Deze informatie kan je meestal ook op de printer zelf vinden.

Druk Vooruit om verder te gaan.

Alle informatie is nu verzameld om de printer te configureren. Druk Voltooien om de printer te activeren.

Figuur 6.9. Printer toevoegen voltooien

Printer toevoegen voltooien

Je kan nu kiezen om een testpagina aan te maken. Druk Ja en controleer of de printer afdrukt.

Figuur 6.10. Testpagina afdrukken

Testpagina afdrukken

De Print Manager vraagt of het afdrukken geslaagd is:

Figuur 6.11. Testpagina afgedrukt?

Testpagina afgedrukt?

Druk Ja als alles goed is. De printer is nu zichtbaar in het Print Manager venster. Programma's als Mozilla en OpenOffice kunnen hem nu gebruiken.

Figuur 6.12. Print Manager

Print Manager