Voor wie is dit boek?

Deze gids werd samengesteld voor iedereen die thuis of op kantoor zelf Linux wil leren gebruiken. Meer specifiek gaat het hier over Fedora Linux met Gnome, een combinatie die steeds meer en meer gaat voorkomen.

Er werd bewust voor de Fedora distributie gekozen omdat dit een van de weinige volledig vrije en gebruiksvriendelijke distributies is. Fedora Linux is een community effort, een project waar door een heleboel vrijwilligers aan gewerkt wordt. Het belooft open en gratis te blijven, welke functionele uitbreiding je ook aan je systeem wenst toe te voegen.

Gnome is de set van programma's die bepaalt hoe je bureaublad eruit ziet. Het is een wijdverspreide desktop omgeving, die je op eender welk Linux systeem kan installeren. Vele Linux distributies gebruiken Gnome als standaard of als keuzemogelijkheid. Zo vind je Gnome ook terug op RedHat Linux, Mandrake en Debian.

De applicaties die in deze gids besproken worden, zijn ook standaard op elke Linux te vinden. In grote lijnen is de gids dus toepasselijk voor veel meer systemen dan enkel Fedora, zolang Gnome maar beschikbaar is als desktop omgeving. Wil je echter letterlijk “de prentjes volgen”, dan gebruik je het best Fedora.

De gids is bedoeld als handleiding voor beginnende gebruikers; weinig voorkennis is vereist. Het volstaat te weten welke de verschillende onderdelen van je computer zijn, en hoe je hem aan en uit kan zetten. Voor de volledigheid overlopen we hieronder nog even de voornaamste delen:

Figuur 1. Het toetsenbord

Foto van een toetsenbord.

Via het toetsenbord kan je opdrachten geven aan programma's. De belangrijkste toetsen zijn uiteraard die met cijfers en letters op. Sommige toetsen hebben meer dan een functie. Door een van de Shift toetsen te gebruiken (op dit toetsenbord bijvoorbeeld de eerste toets links op de tweede rij van vanonderen, gemarkeerd met een dikke pijl die naar omhoog wijst) kan je extra karakters vormen met de bestaande toetsen. Zo kan je onder andere hoofdletters maken.

Als je klaar bent met een opdracht in te geven, laat je dit meestal aan de computer weten door de Enter toets te gebruiken (Enter van het Engels voor “invoeren”). Dit is de toets in L-vorm. Deze toets wordt ook gebruikt om een nieuwe regel te laten beginnen, bijvoorbeeld als je een brief aan het tikken bent.

De grote toets onderaan is de spatiebalk. Hiermee voeg je een blanco karakter in.

Als je iets fout getikt hebt, kan je de Delete toets gebruiken (wissen), of de BackSpace toets, dit is de toets boven de Enter.

Andere benamingen voor het toetsenbord:

Figuur 2. De muis

Foto van een muis

De muis gebruik je om op het beeldscherm aan te duiden in welk venster je wilt werken, of om delen van tekst in een bepaald venster te selecteren. Je kan de geselecteerde tekst dan met behulp van de muis kopiŽren naar een ander venster. Hoe dit in zijn werk gaat, leggen we uit in de loop van de volgende hoofdstukken.

Een muis van een Linux-computer heeft doorgaans drie knoppen. Als je er slechts twee hebt, kan je de middelste knop nabootsen of simuleren door de twee knoppen tegelijk in te drukken.

Op het beeldscherm wordt de positie van de muis voorgesteld door een cursor of pointer. Dit is meestal een afbeelding van een pijl.

Als je even moet wachten omdat de computer aan het rekenen is, kan de pijl in een zandloper veranderen.

Sommige programma's laten de cursor in een handje veranderen als je het pijltje over een woord of beeld beweegt. Dit duidt aan dat je kan klikken om naar een ander bestand te gaan of naar een andere plaats binnen hetzelfde document.

Soms wordt de pijl een vertikaal streepje. Dit duidt aan dat je tekst kan markeren.

Hieronder zie je een aantal voorbeelden:

Figuur 3. Verschillende cursors

Pijltjes, zandlopers, handjes.

Figuur 4. Het beeldscherm

Foto van een beeldscherm

Het beeldscherm toont wat je aan het doen bent. Met de grote ronde knop rechtsonder zet je het aan of uit. Het volstaat niet enkel de computer aan te zetten, het beeldscherm moet ook actief zijn. Op de meeste beeldschermen brandt er een groen lampje rechtsonder wanneer ze actief zijn. Als het lampje niet brandt, staat het beeldscherm af. Als het lampje wel brandt, maar het is oranje, betekent dit dat je beeldscherm in energie-besparende mode gegaan is. Door de muis te bewegen kan je het scherm dan meestal weer activeren.

Andere benamingen voor het beeldscherm:

Figuur 5. De computer

Vooraanzicht van de computer

De muis, het beeldscherm en het toetsenbord zijn allemaal verbonden met de computer. In de computer zit een centrale processor en een heleboel kleinere processors, die ervoor zorgen dat alle onderdelen samenwerken en dat je de computer kan besturen.

We hebben de knop om de computer aan te zetten met een rode pijl aangeduid. Als de computer aanstaat, branden er meestal enkele lampjes. Bovenaan in de computer zit meestal een CD-speler. Druk op de knop met het vierkantje om de lade te openen en een CD in te steken.

Op deze computer staat een modem. Die wordt gebruikt om faxen te versturen. De modem is met een kabel aan de achterzijde van de computer aangesloten, net zoals de muis, het toetsenbord en het beeldscherm. Er kunnen nog andere delen aan de computer aangesloten worden: een scanner, boxen om beter geluid te kunnen afspelen, je digitale fototoestel, een synthesizer enzovoorts. Hele moderne computers gebruiken draadloze verbindingen om alle periferieŽn (onderdelen) aan te sluiten. Het volstaat dan om de onderdelen in de buurt van de computer te plaatsen.