Inhoudsopgave
Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft wat we verstaan onder toegankelijkheid of accessibility. Specifiek gaat het hier natuurlijk om de toegankelijkheid van ODF bestanden.
Toegankelijkheid aanbieden betekent dat je barrières wegneemt die mensen met een handicap beletten om deel te nemen aan belangrijke levensactiviteiten, zoals het gebruik van diensten, producten en informatie. We gebruiken in het dagelijks leven allerlei vormen van techniek, maar van vele zijn we ons niet bewust dat ze voor bepaalde gebruikers problemen kunnen geven. Het belsignaal wanneer een lift de gewenste etage bereikt, bijvoorbeeld, werd aanvankelijk ontwikkeld voor blinden. En de verlaagde uitsparingen in trottoirbanden zijn voor rolstoelgebruikers aangebracht.
Toegankelijkheid valt per definitie onder de categorie “bruikbaarheid”: software die niet toegankelijk is voor een bepaalde gebruiker, is feitelijk onbruikbaar voor die gebruiker. Zoals elke vorm van bruikbaarheid is toegankelijkheid gedefinieerd op basis van de vereisten en behoeften van de gebruiker. Een telefooncel bijvoorbeeld, is toegankelijk (bruikbaar) voor een blinde, maar misschien niet voor een rolstoelgebruiker. Grafische interfaces voor computers zijn minder toegankelijk voor blinden, maar wel relatief toegankelijk voor doven.
Zelf met een handicap kun je directe toegang hebben tot je computer. Dit wil zeggen dat je geen speciale hulpmiddelen nodig hebt: een dove bijvoorbeeld, heeft directe toegang tot de krant. De handicap heeft in dit geval geen invloed op de manier waarop de aangeboden media gebruikt worden.
Andere gebruikers, zoals bijvoorbeeld blinden, maken gebruik van Assistive Technology of “ondersteunende technologie” (AT). Dat wil zeggen dat de systeeminfrastructuur ondersteuning biedt voor add-on ondersteunende software om transparant gespecialiseerde input- en output-functionaliteit aan te bieden aan de gebruiker. Iemand die slecht ziet gebruikt bijvoorbeeld een vergrootglas om de krant te lezen. Iemand die doof is kan naar de televisie kijken met behulp van teletekst. De handicap beïnvloedt in dit geval de manier waarop het medium gebruikt wordt.
Dit soort toegang wordt ook wel gemedieerde toegang genoemd.
Indirecte toegang noemt men die vormen van toegang, waarvoor de gebruiker zich door iemand anders laat bijstaan. Een vriend die aan een blinde een brief voorleest is een voorbeeld van indirecte toegang. Maar kun je hier eigenlijk nog wel spreken van toegang?
Wanneer we toegankelijkheid in verband brengen met computers, dan verstaan we onder directe toegang alle functionaliteit die een programma zelf verzorgt. Een desktopthema instellen met grote letters valt bijvoorbeeld onder directe toegang.
Als er extra programma's aan te pas komen, bijvoorbeeld om in te zoomen op tekst of om tekst te laten voorlezen, spreken we van toegang met ondersteunende technologie.
Het is het vermelden waard dat veel van de technologieën die werden ontworpen met toegankelijkheid voor andersvalide gebruikers in het achterhoofd, nu ook worden gebruikt door mensen zonder handicap. Zo wordt ondertiteling op televisie gebruikt op plaatsen waar veel lawaai is, of door ouders die willen kijken terwijl hun schoolgaande kinderen stilte nodig hebben voor hun huiswerk. Ondertiteling zorgt er ook voor dat je videomontages kunt doorzoeken. Uitsparingen in trottoirs worden niet alleen door rolstoelgebruikers op prijs gesteld, maar ook door ouders met kinderwagens en door de brouwer die bier komt leveren. Plus, door alle andere gebruikers op wielen (fietsers, skateboarders).