Verschillende handicaps

Kleine visuele handicaps

Mensen met kleine visuele handicaps hebben een of meerdere problemen die verholpen kunnen worden met een directe toegangsmethode. Hieronder valt een zekere mate van kleurenblindheid (wereldwijd lijdt ongeveer 10% van de mannelijke bevolking hieraan), en het onvermogen om tekst kleiner dan in 15-, 18- of 24-punts lettertekens te zien, of een vermindering van scherpte in sommige delen van het gezichtsveld. Om feitelijk onder een handicap ingedeeld te worden, moet het een belemmering betreffen die niet opgelost kan worden door hulpmiddelen zoals een bril of lenzen.

Deze gebruikers hebben een iets andere presentatie van de gebruikelijke scherminhoud nodig. Een bepaald kleurenschema, een thema met hoog contrast of grotere tekst kan al een enorme stap vooruit zijn.

Grote visuele handicaps

Gebruikers met grote visuele handicaps, zoals extreme verziendheid of bijziendheid, tunnelzicht of zeer wazig zicht, hebben wel wat extra's nodig. Zij redden het niet met een ander kleurtje of grotere fonts. De gehele schermpresentatie moet voor hen tussen de 2 en de 16 keer vergroot worden. Dit is op de meeste computerschermen tamelijk moeilijk. Deze gebruikers zijn geholpen met een schermvergroter, al dan niet in combinatie met een hulpmiddel voor kleinere visuele handicaps.

Blinden

Blinden en zeer slechtzienden maken gebruik van spraaktechnologie of text-to-speech (TTS) om de inhoud van een scherm, toepassing of venster te kunnen lezen. Deze software houdt ook bij waar de muisaanwijzer zich bevindt en leest het aangewezen object voor aan de gebruiker.

Sommige screenreaders kunnen tekst doorsturen naar een brailleregel. Blinden hebben vaak baat bij het gebruik van een UNIX-achtige tekst omgeving. Hiermee kunnen zij tot 10 maal sneller werken dan ziende gebruikers!

Kleine fysieke handicaps

Lichte beperkingen van de mobiliteit kunnen veroorzaakt worden door artritis, beroertes, de ziekte van Parkinson, MS en verlies van vingers of ledematen. Een zwakke controle over de spieren, of zwakke spieren in het algemeen, kunnen het moeilijk maken om een standaardmuis en -toetsenbord te gebruiken. Sommige mensen kunnen bijvoorbeeld geen twee toetsen tegelijkertijd indrukken. Anderen raken er altijd meerdere tegelijk aan of drukken door beverigheid verschillende keren op dezelfde toets. Gebruikers die slechts één hand hebben, ervaren vergelijkbare problemen bij het gelijktijdig indrukken van ver uit elkaar staande toetsen.

Grote fysieke handicaps zonder spraakherkenning

Gewoonlijk zijn mensen met grote fysieke beperkingen niet in staat om hun ledematen te bewegen. Ze kunnen misschien een schouder ophalen, aan een rietje zuigen, hun hoofd optillen of hun ogen bewegen, maar ze kunnen niet werken met een traditioneel toetsenbord. Als ze kunnen spreken, kunnen ze gebruik maken van spraakherkenningssoftware. Als ze dat niet kunnen, maken ze gebruik van een on-screen toetsenbord dat verbonden is met een knop die op een of andere manier bediend kan worden. Dit gebeurt desnoods door hoofdbewegingen of pupilbewegingen die gevolgd worden door een camera.

Gehoorstoornissen

Gebruikers met gehoorstoornissen horen misschien wel enig geluid, maar kunnen vaak geen woorden onderscheiden of verstaan. Sommige mensen zijn helemaal doof. Als je niet in staat bent de verschillende waarschuwingssignalen van je computer te horen, kan dat problematisch zijn.

Cognitieve handicaps

Onder cognitieve en taalhandicaps vallen dyslexie, moeilijkheden om zich zaken te herinneren of om problemen op te lossen, en moeilijkheden met sensorische ervaringen om taal te verstaan en te gebruiken. Mensen met dit soort beperkingen hebben problemen met complexe of inconsistente displays en woordkeuze.

Epilepsie

Specifieke geluids- of lichtpatronen kunnen aanvallen uitlokken bij mensen die daarvoor gevoelig zijn.

Je wordt ouder, papa

Het meest voorkomende ouderdomsverschijnsel is de natuurlijke aftakeling van het gezichtsvermogen. Tegen hun 65e hebben de meeste mensen moeite met focussen, kleuren onderscheiden, beelden herkennen, aanpassen van het oog aan licht en donker. De behoefte aan contrast wordt groter, want het natuurlijke verouderingsproces verkleurt de vloeistoffen in de oogbol en de lens van het oog. De meeste ouderen onderscheiden minder goed kleuren en zien minder scherp.

Hoe ouder de mens wordt, hoe meer andere handicaps, groot en klein, daar nog bij komen kijken: men wordt een beetje dover, krijgt problemen met de fijne motoriek, en wordt wat vergeetachtiger.