Gnome Accessibility Architecture

De Gnome toegankelijke architectuur bestaat uit verschillende lagen, zodat het mogelijk is om abstracties door te voeren en verantwoordelijkheden voor functionaliteit te scheiden.

Figuur 8.1. Toegankelijkheidsarchitectuur voor de desktop

Verschillende lagen in de Gnome architectuur.

We onderscheiden 4 grote software lagen bovenop het besturingssysteem:

  1. Hulpmiddelen: in deze laag vinden we de hulpmiddelen die gebruikt kunnen worden om toegankelijke toepassingen te bouwen of te testen op ondersteuning voor toegankelijkheid. Voorbeelden zijn de tools die probes kunnen uitsturen naar een toepassing om vast te stellen of de toegankelijke interfaces ondersteund worden.

  2. Toepassingen: deze laag wordt bevolkt door de toegankelijke toepassingen zelf. In het geval van Gnome kunnen deze toepassingen het makkelijkst verwezenlijkt worden door gebruik te maken van standaard GTK+ widgets, die de toegankelijke interfaces ondersteunen zoals gedefinieerd in de Accessibility Toolkit Programming Interface (ATK API). Toepassingen in Java moeten de Java Accessibility API's gebruiken. Beide soorten toepassingen worden met de ondersteunende technologieën verbonden via software-bridges die in Gnome ingebouwd zitten.

  3. AT Platform: in deze laag bevindt zich de Assistive Technology Service Provider Interface (AT-SPI). Deze interface stelt ontwikkelaars in staat om ondersteunende technologieën zoals de schermlezer, schermvergroter, stemtechnologie, brailleregels en alternatieve muisbesturing te integreren met de Gnome toepassingen.

  4. AT: de ondersteunende technologieën zoals schermlezers, on-screen toetsenborden en schermvergroters.

Onder deze lagen vinden we de laag van het besturingssysteem dat basisdiensten aanbiedt en bouwstenen aanreikt die gebruikt kunnen worden door de AT's.

Deze gelaagde architectuur biedt een aantal grote voordelen voor ontwikkelaars: