Bijlage F. Ubuntu 5.10 Live CD

Inhoudsopgave

Starten van de Live CD
De standaardprocedure

Samenvatting

In deze appendix bespreken we de opstartprocedure voor de oudere 5.10 release. Deze was ietwat ingewikkelder dan de nieuwere opstartprocedure.

Starten van de Live CD

De standaardprocedure

Opstarten

Steek de Live CD in de CD-ROM speler en herstart je computer. Als die ingesteld is om van de CD te kunnen starten, krijg je het volgende scherm te zien:

Figuur F.1. Live CD startscherm

Live CD startscherm

[Opmerking]Herstarten?

Ja, je moet echt wel herstarten. Als je de CD gewoon insteekt en MS Windows blijft draaien, gebeurt er helemaal niets.

[Opmerking]Als ik herstart, kom ik weer in Windows?

Mogelijk is je PC niet ingesteld om van een CD te kunnen starten. Kijk in dat geval naar Bijlage E, BIOS Instellingen.

Handeling met de muis.

Druk Enter om verder te gaan.

Taalkeuze

Handeling met de muis.

Markeer met behulp van de pijltjes naar omhoog en omlaag de taalkeuze: “Dutch - Nederlands”:

Figuur F.2. Live CD taalkeuze

Nederlands selecteren.

Landkeuze

Handeling met de muis.

Druk op Enter om verder te gaan. Selecteer daarna het juiste land en druk weer Enter.

Figuur F.3. Land selecteren

Landen waar Nederlands gesproken wordt, staan in de lijst.

Toetsenbord instellen

Daarna komt de toetsenbordinstelling. Normalerwijze wordt het soort toetsenbord automatisch gedetecteerd. Mocht dat niet het geval zijn, selecteer dan je toetsenbord uit de lijst. Als je niet weet welk type toetsenbord je hebt, kan je door enkele toetsen in te drukken het systeem helpen om te bepalen welke soort je hebt. Ook wanneer na het opstarten zou blijken dat de verkeerde instellingen gekozen werden door het automatische detectiesysteem, kan je ofwel selecteren uit een lijst ofwel zoeken doormiddel van het indrukken van een aantal toetsen.

Handeling met de muis.

Wanneer je het juiste toetsenbord gevonden hebt, zorg er dan voor dat die keuze in het blauw gemarkeerd is door met de pijltjes te werken - dit moet je ook doen bij automatische en halfautomatische detectie - en druk op Enter.

Figuur F.4. Toetsenbord selecteren

Normaal slechts 1 keuzemogelijkheid.

Scherminstellingen

Daarna voert het programma een reeks testen uit op de rest van je hardware. Mogelijk komt er ook nog de vraag om de schermresolutie in te stellen. Dat die je met behulp van de pijltjes en de spatiebalk. Het kan nooit kwaad resoluties te kiezen die lager zijn dan wat je scherm en grafische kaart aankunnen. Je mag er ook meerdere kiezen. Als je een resolutie kiest die hoger is dan wat je hardware aankan, riskeer je geen of slecht beeld. Wees dus voorzichtig. Elke computer kan een minimum-resolutie van 800 op 600 pixels aan.

Handeling met de muis.

Selecteer door middel van de Tab toets Volgende en druk Enter. Indien je zelf de resoluties moest opgeven, wordt nu de rest van de Ubuntu omgeving gestart. In het geval de scherminstellingen automatisch gevonden werden, heb je nu al een draaiende Linux.

Verdere opstartprocedure

Het systeem wordt nu voorbereid om op te starten. Eerder werd al een poging gedaan om de netwerktoegang te configureren.

Afhankelijk de netwerkconfiguratie kunnen er hier en daar een aantal zaken mislukken. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat de dienst om de klok synschroon te laten lopen (NTP) niet kan opstarten. Dat is niet erg, laat het systeem maar gewoon doen en wacht tot je het uiteindelijke bureaublad krijgt. In het geval je geen netwerkverbinding hebt, kan het opstartprocédé iets langer duren.

Opgestart

Op het bureaublad zie je het volgende, van boven naar onder:

  1. In de bovenste taakbalk: Het Ubuntu logo.

  2. Applications: menu met toepassingen.

  3. Places: een lijst van locaties van bestanden en een zoeker.

  4. System: allerlei instellingen.

  5. Een wereldbol: klik hier om de Firefox web browser op te starten en te surfen op het Internet.

  6. Een enveloppe en een klokje: het Evolution mailprogramma.

  7. Een reddingsboei: om de grafische hulpinterface te raadplegen.

  8. Een streepjeslijn die de scheiding vormt tussen de standaardtoepassingen en de applets en gadgets.

  9. Een luidspreker: om de sterkte van het geluid in te stellen.

  10. De datum en de tijd.

  11. Het CD-ROM ikoon, want er steekt immers een CD in de CD-speler.

  12. Het bureaublad (in het Engels: desktop): klik eender waar op het bureaublad met de rechtermuistoets om een menu op te roepen waarmee je mappen, extra ikonen en documenten kan aanmaken, het bureaublad opruimen en de achtergrond kan veranderen.

  13. In de onderste taakbalk: een ikoontje van een map en een potlood: klik hierop om de desktop te tonen wanneer die verborgen is achter allerlei open vensters.

  14. Een scheidingsstreep, hierachter zullen kleine balkjes komen voor elk programma dat je opstart.

  15. Overzicht van de virtuele bureaubladen: als je veel toepassingen wilt openen, is het soms gemakkelijker om ze te groeperen. Je hebt standaard beschikking over vier bureaubladen. Klik op de vierkantjes om van bureaublad te veranderen.

  16. De vuilbak, hier kan je bestanden naartoe slepen.

Figuur F.5. Het bureaublad van de Live CD

Het bureaublad van de Live CD

[Tip]MS Windows versies

De Live CD bevat ook MS Windows versies van sommige Linuxprogramma's. Om ze te bekijken en te proberen, steek je de Live CD in de CD-ROM speler wanneer MS Windows opgestart is. De .exe bestanden bevinden zich in de map programs.

[Opmerking]Terminal venster openen

Een terminal venster open je door in het menu ApplicationsHulpmiddelen Terminalvenster te kiezen.