Hoofdstuk 1. Wat is Linux?

Inhoudsopgave

Geschiedenis
UNIX
Linus en Linux
Waarvoor gebruik je Linux?
De gebruikersinterface
Is Linux moeilijk?
Linux voor gebruikers zonder ervaring
Wat heeft de toekomst in petto?
Linux is Open Source
Grote verwezenlijkingen van Open Source
Eigenschappen van Linux
Voordelen van Linux
Nadelen van Linux
Over kleuren en smaken
Linux en GNU
GNU/Linux
De meegeleverde CD('s) en Ubuntu
Zelf kiezen
Samenvatting

Samenvatting

In dit hoofdstuk komende de volgende onderwerpen aan bod:

  • Wat is Linux?

  • Ontstaansgeschiedenis van Linux en wortels in UNIX.

  • Is Linux niet dat systeem waar je alles in tekstbestanden moet doen?

  • Heeft Linux een toekomst of is het enkel een modeverschijnsel?

  • Wat zijn de voor- en nadelen van Linux?

  • Wat is Open Source?

  • Wat is GNU?

  • Waar wordt Linux gebruikt?

  • Moet je een computergenie zijn om Linux te gebruiken?

  • Welke soorten Linux zijn er?

Geschiedenis

UNIX

Om te begrijpen waarom Linux zo populair is, moeten we teruggaan in de tijd. Het begon dertig jaar geleden...

Stel je een computer voor zo groot als een huis, of zelfs zo groot als een stadion. Zo groot waren de krachtige computers in die tijd. En als de afmetingen al een probleem vormden, was er iets dat de zaken nog veel meer bemoeilijkte: elke computer had een verschillend besturingssysteem. Software moest altijd op maat gemaakt worden, en software voor een gegeven systeem draaide niet op een ander. Het feit dat je met een systeem kon werken, gaf geen garantie dat je je ook zou kunnen behelpen op een ander.

[Opmerking]Besturingssysteem?

Een besturingssysteem (in het Engels operating system of afgekort OS) is het programma (meestal een geheel van samenwerkende programma's) dat bij opstarten van de computer als eerste in het geheugen geladen wordt, en dat de functionaliteiten aanbiedt om andere programma's te laten uitvoeren.

Computers waren in die tijd ook extreem duur. Ook na de aankoop moesten er zware financiële offers gebracht worden om de gebruikers uit te leggen hoe ze de computer moesten bedienen. De totale prijs van een computerpark was monsterlijk hoog.

Op technologisch gebied was de wereld nog niet erg geavanceerd. Bijgevolg kon er aan het probleem “afmeting” gedurende tien jaar niet veel gedaan worden. Maar het probleem software werd wel aangepakt. In 1969 begon een team van ontwikkelaars in Bell Labs te werken aan een oplossing voor de problematiek van de compatibiliteit. Ze ontwikkelden een nieuw besturingssysteem dat volgende eigenschappen had:

  1. Het was simpel en elegant.

  2. Het was geschreven in de C-programmeertaal in plaats van in machinetaal.

  3. De code kon gerecycleerd worden: code gemaakt voor een bepaalde machine, kon mits minimale aanpassingen ook op een andere machine draaien. Dat was vroeger niet mogelijk.

[Opmerking]Machinetaal?

Machinetaal is de taal waarin instructies geschreven zijn die de processor van een computer direct kan uitvoeren, zonder tussenkomst van een vertaalprogramma. Machinetaal is verschillend voor elk merk en type van processor. Elke instructie heeft een code. Maar omdat die codes zo cryptisch zijn en dus moeilijk te onthouden, ontwikkelde men programmeertalen, die het allemaal een beetje menselijker moesten maken. Nu blijft nog steeds de Engelse term code bestaan: een programma zoals het door de programmeur “gecodeerd” of ingetypt werd. Deze term wordt ook gebruikt voor andere talen dan machinetaal.

[Opmerking]Compatibel?

In informatica betekent de term compatibiliteit letterlijk “bestaanbaarheid”, met andere woorden dat een zekere software, een programma, past of kan bestaan op een zekere hardware.

De ontwikkelaars van Bell Lab noemden hun project UNIX.

Vooral de derde eigenschap, dat code opnieuw gebruikt kon worden in andere omstandigheden, was erg grensverleggend. Tot dan toe waren alle op de markt beschikbare besturingssystemen geschreven in een codetaal die specifiek voor een bepaalde hardware ontwikkeld was, de machinetaal. UNIX daarentegen had slechts behoefte aan een klein stukje speciale code, dat nu algemeen bekend is als de kernel. De kernel is het enige programma dat aangepast moet worden aan elk specifiek platform en vormt de basis van de UNIX omgeving. Het besturingssysteem en alle andere funkties worden rond de kernel gebouwd en geschreven in een abstractere programmeertaal, C. Deze C taal werd speciaal ontwikkeld om het UNIX systeem te maken. C en UNIX gaan dus hand in hand. Door deze nieuwe techniek was het veel eenvoudiger geworden om een besturingssysteem te maken dat op vele verschillende types van hardware kon draaien.

[Opmerking]Kernels en platformen

Kernels vind je overal, ook je MS Windows machine heeft er eentje. Een platform is de verzameling van hardware waarvoor programma's ontwikkeld worden.

De softwarehuizen waren er als de kippen bij om zich aan te passen aan de nieuwe gebruiken, omdat ze haast zonder moeite vele tientallen keren meer software konden verkopen dan voorheen. Dit leidde tot gekke situaties: stel je eens voor dat verschillende computers van verschillende makelij over hetzelfde netwerk konden communiceren, of dat gebruikers plots met verschillende systemen konden werken, zonder nood aan extra opleiding. UNIX heeft er heel veel aan gedaan om de gebruikersvaardigheden compatibel te maken tussen systemen onderling.

De volgende twee decades brachten verdere ontwikkeling van het UNIX systeem. Je kon steeds meer doen met je UNIX computer en steeds meer hardware- en softwareverkopers ondersteunden UNIX in hun produktlijn.

Initieel vond je UNIX enkel in hele grote omgevingen met mainframes en minicomputers. Je moest al aan een universiteit werken, of voor de overheid of een grote financiële instelling om in aanraking te komen met een UNIX omgeving.

[Opmerking]Mini vs. micro

Een minicomputer indertijd was niet echt zo klein. De PC van tegenwoordig valt trouwens in de categorie microcomputers.

[Opmerking]Mainframe?

Supercomputer.

Maar de computers werden steeds kleiner, en rond het eind van de jaren tachtig hadden vele mensen thuis al een home computer. Er waren toen al verscheidene versies van UNIX voor de PC architektuur beschikbaar, maar geen enkele was vrij verkrijgbaar. En wat nog belangrijker is: ze waren verschrikkelijk traag. Bijgevolg hadden de meeste thuisgebruikers MS DOS of Windows 3.1.

Linus en Linux

Begin jaren negentig werden de home PC's eindelijk krachtig genoeg om een volledige UNIX omgeving te kunnen ondersteunen. Linus Torvalds, toen een jongeman die computerwetenschappen studeerde aan de universiteit van Helsinki, wilde graag een gratis beschikbare, academische versie van UNIX maken en sloeg prompt aan het werk.

Hij begon vragen te stellen, op zoek naar antwoorden en oplossingen om UNIX op zijn eigen PC te krijgen. In 1991 schreef hij het volgende:

Hallo Netlanders,

Voor een project waaraan ik werk, in minix, ben ik geïnteresseerd 
in de POSIX standaard definitie.  Kan iemand me vertellen waar ik die kan 
vinden?

Van in het begin wilde Linus een gratis systeem dat volledig in regel zou zijn met de originele UNIX. Daarom vroeg hij het IEEE naar de POSIX standaarden, die tot op de dag van vandaag bepalen aan welke eisen een UNIX systeem moet voldoen.

[Opmerking]IEEE

Institute of Electronical and Electronics Engineers, een organizatie zonder winstoogmerk die ijvert voor de bevordering van de ontwikkeling van elektrische technologie.

Plug-en-play bestond nog niet in die dagen, maar zoveel mensen toonden interesse voor een eigen UNIX, dat dat slechts een klein obstakel vormde. Nieuwe drivers voor allerlei hardware werden aan een steeds hoger tempo ontwikkeld. Zodra een nieuw stuk hardware op de markt kwam, was er wel iemand die het kocht en het onderwierp aan de Linux test, zoals het besturingssysteem van Linus al snel genoemd werd. Zodoende werden er meer en meer gratis stukjes code beschikbaar voor een steeds groter hardware-aanbod. En die programmeurs stopten niet bij hun eigen PC: elk stuk hardware dat ze in handen konden krijgen, was bruikbaar voor het Linux project.

[Opmerking]Driver?

Een driver of stuurprogramma is een stukje hulpsoftware voor het aansturen van randapparaten zoals een CD-speler of een audiokaart. Op MS Windows moet je drivers dikwijls apart installeren nadat de installatie van het besturingssysteem voltooid is; op Linux zijn de drivers voor de meeste hardware meegeleverd met het besturingssysteem, zodat alles klaar is voor gebruik zodra de installatie van het besturingssysteem voltooid is.

Die vrijwilligers werden toen trouwens aangeduid met denigrerende namen zoals nerd of freak. Maar dat vonden ze niet erg, zolang ze maar konden bijdragen aan de groei van de lijst van ondersteunde hardware. Dankzij deze mensen draait Linux nu niet enkel op nieuwe PC's, maar is het ook een uitgelezen keuze voor oude en exotische hardware, die waardeloos zou zijn als Linux niet zou bestaan.

Twee jaar na de oproep van Linus waren er al 12.000 Linuxgebruikers. Het project, dat zeer populair was bij hobbyisten, groeide gestadig binnen de bepalingen van de POSIX standaard. Gedurende de volgende jaren werden alle UNIX-snufjes toegevoegd, met als eindresultaat het uit de kluiten gewassen besturingssysteem dat we vandaag kennen. Linux is nu een volledige UNIX kloon, geschikt voor werkposten, mid-range en high-end servers. Vandaag de dag hebben vele van de belangrijke spelers op de hard- en softwaremarkt een eigen team van Linuxontwikkelaars in dienst; bij de computerboer om de hoek kan je zelfs voorgeïnstalleerde LinuxPC's kopen met officiële ondersteuning - ook al is er, toegegeven, nog veel hardware die niet of op omslachtige wijze ondersteund wordt.

[Opmerking]Soorten computers

Wij werken hier met een desktop computer, eentje voor huis-, tuin- en keukengebruik zeg maar. Op gebied van kunnen zitten we hier in de laagste categorie. Aan het andere uiterste van de schaal heb je de high-end servers: computers die bijvoorbeeld in banken en hospitalen gebruikt worden en absoluut niet mogen uitvallen of falen. Daartussenin heb je de mid-range servers: de meeste bedrijven maken hiervan gebruik voor E-mail, opslaan van bestanden, afdrukken enzovoorts.

[Opmerking]De Pinguin

Het Linux logo is een pinguin die er vrij tevreden uitziet. Waarom? Ongeveer tien jaar geleden, in 1996 met de uitgave van de tweede versie van Linux, werd het systeem populair genoeg om op zoek te gaan naar een logo. Er werd een wedstrijd uitgeschreven. De “vader” van Linux, Linus Torvalds, vermeldde toen toevallig dat hij nogal van pinguins houdt. Larry Ewing won de wedstrijd met dit ontwerp:

Figuur 1.1. Tux

Tux heeft net een emmer haring op.

Waarvoor gebruik je Linux?

In den beginnen concentreerde de aandacht van de ontwikkelaars zich op het netwerk aspect: de netwerkkaarten aan de praat krijgen en diensten zoals mail en web aanbieden. Bureautoepassingen zoals een grafische tekstverwerker en een rekenblad vormden één van de laatste barrières om te overwinnen. Vandaag is Linux klaar voor de desktopmarkt. We geven niet graag toe dat die markt overheerst wordt door Microsoft en zodoende rezen er tal van initiatieven uit de grond om Linux ook voor de desktop een aanvaardbare keuze te maken. Er werd gewerkt aan een gebruiksvriendelijke grafische omgeving, aan Microsoft-compatibele bureautoepassingen zoals tekstverwerkers, rekenbladen, presentaties en dergelijke. Ook onze federale overheid had er oren naar en besliste in juni 2006 om vanaf 2008 enkel nog het nieuwe Open Document Formaat (ODT) te gebruiken voor officiële documenten, een formaat dat ontwikkeld werd door de Open SOurce gemeenschap. Dit formaat is een wereldwijd aanvaarde standaard die onveranderlijk is en waarvan de specificaties bekend zijn, in tegenstelling tot het MS Word formaat, dat met elke nieuwe Word-versie verandert en waarvan niemand precies weet hoe het nu echt in elkaar zit, waardoor oudere Word versies geen nieuwe Word bestanden kunnen lezen. Het nieuwe formaat wordt ondersteund door onder andere de bureautoepassingssuite OpenOffice.org.

Van de andere kant is Linux welbekend als een stabiel en betrouwbaar platform, twee eigenschappen die bijzonder gewaardeerd worden als het gaat over databanken of commercieel uitgebate websites zoals bijvoorbeeld die van Amazon (http://www.amazon.com), de populaire on-line boekenwinkel, de site van de stad München, de US post Office en zo verder. Duidend is hier ook de richtlijn van de Europese Unie ter bevordering van het gebruik van Open Source software.

Ook Internetaanbieders en telecom-operatoren kennen de voordelen van Linux, bijvoorbeeld als firewall, proxy- of webserver. Je vindt ook een Linuxbox in de directe omgeving van elke UNIX systeembeheerder die een comfortabele werkomgeving op prijs stelt. Clusters van Linuxmachines worden gebruikt bij het maken van films zoals “Titanic”, “Shrek” en vele andere. Clusters worden ook gebruikt door zoekmachines zoals Google. Dit zijn slechts enkele van de meer veeleisende toepassingen van Linux.

[Opmerking]Open Source

We gaan later dieper in op Open Source software. Onthou nu al dat Free/Libre Open Source Software of FLOSS te maken heeft met vrijheid van meningsuiting eerder dan met het feit dat zo'n software veelal gratis is.

Het verdient ook vermelding dat Linux niet enkel draait op werkposten en servers, maar ook op gadgets zoals PDA's, mobiele telefoons en een massa andere apparaten zoals afstandsbedieningen en experimentele horloges. Zodoende is Linux het enige systeem dat zoveel en zo'n gevarieerde hardware bedient.