Samenvatting

Eerst en vooral maakten we in dit hoofdstuk kennis met een aantal redirection operatoren. De voornaamste zijn:

Tabel 6.1. Redirection operatoren

OperatorFunktieHoe gebruiken?
>Stuurt output van een commando naar een bestand.commando +opties/argumenten > bestand: het bestand wordt overschreven indien het reeds bestond.
>>Hangt output van een commando aan een bestand.commando +opties/argumenten >> bestand: het bestand wordt niet overschreven.
|Output van het commando links van de pipe wordt gebruikt als input voor het commando rechts ervan.commando1 | commando2

Daarnaast leerden we nog enkele nieuwe commando's en nieuwe opties bij commando's die we reeds kenden:

Tabel 6.2. Nieuwe commando's

CommandoFunktieHoe gebruiken?
grepZoekt patronen.

grep -A N zoekstring bestand: drukt N lijnen na de zoekstring ook op standaard output.

grep -B N zoekstring bestand: drukt N lijnen voor de zoekstring ook op standaard output.

grep --colour zoekstring bestand: zet de zoekstring in kleur op de standaard output.

sortSorteert output.

sort bestand: sorteert de lijnen in bestand alfabetisch.

sort -n bestand: sorteert de lijnen in bestand numeriek.

sort -k N bestand: sorteert op basis van de Nde kolom in bestand.

sort -u bestand: haalt dubbele lijnen uit bestand en sorteert.

teeSplits standaard output.command | tee bestand(en)

Vergeet niet om weer de man pagina's van de nieuwe commando's te lezen!