Hoofdstuk 11. Printen

Inhoudsopgave

De printer instellen
Een netwerkprinter configureren
Een USB printer instellen
Een testpagina afdrukken
De standaard printer instellen
Bestanden afdrukken
Vanuit de shell
Grafisch
Printproblemen
Verkeerd bestand afgedrukt
Onleesbare afdrukken
Er komt niets uit de printer
Samenvatting

Samenvatting

We hebben zo lang gewacht om het over printers te hebben omdat er vandaag de dag heel wat netwerkverbindingen kunnen komen bij kijken, voor je een pagina van een printer ziet rollen. In dit hoofdstuk hebben we het over:

  • Documenten formatteren.

  • Printerinstellingen maken.

  • Afdrukvoorbeelden.

  • Bestanden afdrukken.

  • De status van een printer controleren.

  • Afdrukproblemen analyzeren.

De printer instellen

Een netwerkprinter configureren

Wat is een netwerkprinter?

Een netwerkprinter is enkel verbonden met het netwerk. Achteraan zit er een netwerkverbinding met een plug die gelijkt op een telefoonstekker, ongeveer één bij anderhalve centimeter diameter. Dezelfde soort plug heb je ook op je PC als die in een netwerk zit. De netwerkkabels gaan in de vloer of in de muur, je ziet geen kabel die rechtstreeks verbinding maakt tussen jouw computer en de printer.

Een aantal jaren geleden, toen geheugen nog duur was, werden af te drukken pagina's door een print server verwerkt. Vandaag de dag is geheugen echter geen kost meer, en verwerkt de printer meestal rechtstreeks de afdrukaanvragen. We gaan er hierna van uit dat je ook beschikt over een printer die je rechtstreeks kan aanspreken.

Printertype selekteren

Ga als volgt tewerk om een printer toe te voegen:

Handeling met de muis.

  • Start het configuratieprogramma op door SysteemBeheerPrinters te kiezen uit de bovenste taakbalk van het bureaublad.

  • In het venster dat nu verschijnt, dubbelklik je het ikoon “Nieuwe printer”.

  • De printerdatabase wordt gelezen - dit is een lijst van alle printers die onder Ubuntu bediend kunnen worden. Het kan even duren voor je verder kan gaan.

  • Klik op het bolletje “Netwerkprinter”. In het voorbeeld configureren we een HP JetDirect printer - waarschijnlijk een van de meest voorkomende printersoorten.

  • Geef de printernaam en het poortnummer in (9100 is standaard). Het is ietwat misleidend dat ook de naam van de printer met “Computer” aangeduid wordt. In dit vak geef je dus effectief de naam van de printer in, zoals die op het netwerk gekend is.

Figuur 11.1. Printertype instellen

Type, printer en poort instellen.

Klik Volgende om verder te gaan.

Printermodel selekteren

Het merk en type instellen doe je zo:

Handeling met de muis.

  • Selekteer het merk van je printer in het menu Producent.

  • De lijst van gekende modellen van deze fabrikant wordt nu getoond. Markeer het model van je printer. Als jouw printer niet in de lijst te vinden is, wordt hij niet standaard ondersteund. Eventueel kan je via de web site van de fabrikant een extern stuurprogramma voor Linux afhalen. In deze cursus gaan we ervan uit dat je printer te vinden is in de lijst. Is dat niet het geval, raadpleeg dan de Help pagina's voor het manueel installeren van een stuurprogramma voor de printer. Als je nog een printer moet aanschaffen, is het een goed idee om gewapend met de lijst van standaard ondersteunde printers naar de winkel te trekken.

  • Je hoeft je normaalgezien niets aan te trekken van stuurprogramma's. Alle stuurprogramma's voor gekende printers (= printers die je zo uit de lijst kan kiezen) zijn reeds op je computer aanwezig.

  • Klik Volgende

Figuur 11.2. Printerfabrikant en model instellen

Kies uit de lijst.

Configuratie afwerken

Nu rest enkel nog een “Omschrijving” en “Locatie” in te stellen. Dit is enkel voor je eigen gemak, deze gegevens worden niet gebruikt om de printer aan te sturen of te contacteren, dus mag je ze vrij kiezen.

Figuur 11.3. Printeromschrijving en locatie instellen

Omschrijving en locatie mag je zelf kiezen.

Handeling met de muis.

Klik Toepassen om de configuratie te voltooien.

De configuratiebestanden kan je vinden in /etc/cups. In de man pagina's van printers.conf en cupsd vind je meer informatie.

[Tip]Instellingen vinden

Is je netwerkprinter reeds via MS Windows toegankelijk? Kijk dan op MS Windows in Instellingen. Neem de eigenschappen van de printer, en selekteer het tabblad “Poorten”. Klik dan Poorten configureren om de naam en het poortnummer van je printer te weten te komen. Je netwerkbeheerder kan je ook deze informatie bezorgen.

[Opmerking]CUPS?

CUPS staat voor “Common UNIX Printing System”. Het is de standaard manier om printers aan te spreken op de meeste Linux machines. De cupsd daemon draait op je machine en stuurt printaanvragen door naar de printer.

Een USB printer instellen

Herkennen van de printer controleren

Controleer met behulp van het tail commando of de computer de printer herkent, wanneer je de USB kabel ingestoken hebt. Je zou iets in de volgende stijl moeten zien:

Aug 23 21:02:16 localhost kernel: [4294923.486000] usb 1-2: new full speed USB 
device using uhci_hcd and address 2
Aug 23 21:02:17 localhost kernel: [4294924.140000] drivers/usb/class/usblp.c: 
usblp0: USB Bidirectional printer dev 2 if 0 alt 0 proto 2 vid 0x04A9 pid 0x1091
Aug 23 21:02:17 localhost kernel: [4294924.162000] usbcore: registered new 
driver usblp
Aug 23 21:02:17 localhost kernel: [4294924.163000] drivers/usb/class/usblp.c: 
v0.13: USB Printer Device Class driver
Aug 23 21:02:17 localhost usb.agent[8399]:      usblp: loaded successfully

Dat wil zeggen dat je systeem het stuurprogramma voor USB printers (usblp) geladen heeft. Nu kan je de printer instellen.

De printer instellen

Met behulp van volgende procedure stel je de printer in:

Handeling met de muis.

  • Open het printerconfiguratiemenu via SysteemBeheerPrinters.

  • Dubbelklik het ikoon “Printer toevoegen”.

  • Het printertype wordt automatisch herkend als lokale printer, het merk en model worden eveneens automatisch gedetecteerd.

  • Klik Volgende.

  • Kijk nogmaals “Producent” en “model” na.

  • Klik Toepassen.

[Belangrijk]Stel je printer in

Als je beschikt over een printer, kan je hem nu configureren.

Een testpagina afdrukken

Om een nieuwe printer te testen, hetzij een netwerkprinter, hetzij een USB printer, volg je deze procedure:

Handeling met de muis.

  • Selekteer SysteemBeheerPrinters.

  • Klik met de rechtermuistoets het ikoon aan van de printer die je zonet hebt toegevoegd.

  • Selekteer Eigenschappen.

  • Klik op de knop Een testpagina afdrukken.

  • Als alles goed gaat, komt er enkele seconden later een Ubuntu testblad uit je printer tevoorschijn.

  • Klik OK in het venster dat zegt dat er een testpagina verzonden is.

Figuur 11.4. Een testpagina afdrukken

Vanuit het eigenschappen venster van de printer kan je een testpagina laten afdrukken.

De standaard printer instellen

Ubuntu gaat ervan uit dat je toegang kan hebben tot meerdere printers. Achter de schermen wordt aan elke printopdracht meegegeven uit welke printer hij moet komen. Om niet telkens manueel te moeten specifiëren welke printer je wilt gebruiken, stel je best een standaard printer in. Zelfs als je slechts over één enkele printer beschikt, dien je die als standaardprinter in te stellen, wil je gemakkelijk kunnen werken.

Het instellen is eenvoudig:

Handeling met de muis.

  • Selekteer SysteemBeheerPrinters.

  • Klik met de rechtermuistoets het ikoon aan van de printer die je als standaard wilt instellen.

  • Selekteer Als standaard instellen.

  • Sluit het printervenster.